Integriteitsscreening

Een gestructureerde meting van betrouwbaarheid en integriteitsrisico bij medewerkers of kandidaten, doorgaans op basis van een nominale-schaal vragenlijst aangevuld met antwoordtijdmeting en consistentiecontroles.

Sociale wenselijkheid

De neiging van respondenten om antwoorden te geven die maatschappelijk acceptabel zijn in plaats van waarheidsgetrouw. Verity meet sociale wenselijkheid in een apart domein (ID 5) — een hoge score is een betrouwbaarheidsindicator op het rapport.

Kruisvergelijking (cross-comparison)

Het herhalen van vragen in alternatieve formuleringen om inconsistente antwoordpatronen te detecteren. Gebruikt in Verity als onafhankelijke betrouwbaarheidscheck naast antwoordtijdmeting en sociale wenselijkheid.

Reactietijdmeting

Analyse van de tijd die een respondent nodig heeft om elke vraag te beantwoorden. Ongewoon snelle antwoorden kunnen wijzen op gokken of voorkennis; ongewoon langzame antwoorden kunnen externe hulp of overdenken signaleren.

Nominale schaal

Een meetschaal waarbij antwoorden in categorieën vallen zonder inherente rangorde — ja/nee, true/false, of multiple-choice met gelijkwaardige opties. Verity gebruikt nominale schalen voor de integriteitsmeting.

Cronbach's alpha

Een statistische maat voor de interne consistentie van een vragenlijst — meet of items binnen één domein hetzelfde construct meten. Waarden ≥ 0,7 worden als acceptabel beschouwd in psychometrisch onderzoek.

K-anonimiteit

Privacydrempel die voorkomt dat individuen herleidbaar zijn in groepsrapportages. Verity hanteert standaard k=5 — een groep moet minimaal 5 respondenten bevatten voordat geaggregeerde scores worden getoond.

AVG / GDPR

EU-verordening 2016/679 voor gegevensbescherming. Voor screening-platformen relevant: rechtsgrondslag voor verwerking (Art. 6), bijzondere persoonsgegevens (Art. 9), opslagbeperking (Art. 5(1)(e)), recht op vergetelheid (Art. 17), en de vereiste verwerkersovereenkomst.

Psychometrie

Het wetenschappelijk vakgebied dat zich bezighoudt met de constructie en validatie van psychologische tests. Sleutelconcepten: betrouwbaarheid (test-hertest, interne consistentie), validiteit (construct, criterium, inhoud) en normgegevens.

Normgroep

De vergelijkingspopulatie waartegen individuele scores worden gepercentaliseerd. Een score op een instrument heeft alleen betekenis ten opzichte van een relevante normgroep — bijvoorbeeld 'Nederlandse zorgmedewerkers' versus 'globale beroepsbevolking'.

Manipulatiedetectie

Het geheel van mechanismen om strategisch antwoordgedrag te herkennen — d.w.z. respondenten die proberen het rapport te beïnvloeden in plaats van eerlijk te antwoorden. Combineert kruisvergelijking, reactietijdmeting en sociale-wenselijkheid scores tot één betrouwbaarheidsoordeel per kandidaat.

Mist u een term?

Stuur ons uw suggestie en we voegen 'm toe aan een volgende update.